Door Bij Nader Inzien (redactie)

Door historische patronen bloot te leggen, werpt Sheikh in Hydropolitiek vanuit politiek, economisch en filosofisch perspectief licht op de nieuwe verbindingen én scheidlijnen op het water. Daarnaast laat hij zien hoe we de huidige politieke orde kunnen begrijpen door naar het verleden te kijken.

In onze geschiedenis kunnen we een polariteit onderscheiden. Terwijl enerzijds het water wordt omarmd, wordt het anderzijds met argusogen bekeken. De mentaliteit van de maritieme wereld onderscheidt zich van die van het land. De vastelandmentaliteit is meer gevormd door aristocraten en ridders, terwijl aan zee handelaren een grotere rol spelen. Beide werelden hebben hun vooroordelen over en weer. 

Hindoes, confucianisten, christenen: allemaal kennen ze maritieme tradities, maar zeker ook antimaritieme vooroordelen. We zagen al hoe Plato vanuit een aristocratische geest neerkeek op de mensen die aan zee woonden. De zee ontmoedigt eigenschappen als dapperheid, discipline en ordelijkheid en vervangt die met behendigheid, ondernemerschap en vrijheid.

We kunnen dan ook twee vormen van denken onderscheiden. Het vastelandsdenken is contemplatief, gericht op eeuwige perfecte vormen, zoals Plato’s Ideeënleer. Het maritieme denken is speculatief, gericht op mogelijkheden en onzekerheden. Het vasteland vraagt om meditatie, het water roept op tot avontuur. In plaats van zuivere theorie staat het denken op het water altijd in dienst van de praktijk. Denkers in zeenaties als Engeland en Nederland waren mensen van de praktijk, terwijl de op het land gerichte Duitse en Franse filosofen veel meer puur geestelijke bouwwerken oprichtten. 

De Duitse filosoof Carl Schmitt typeerde die twee werelden met twee klassieke monsters uit de Bijbel: Behemoth en Leviathan. Behemoth is een landdier, dat vaak wordt afgebeeld als een olifant, buffel of neushoorn. Leviathan is een groot zeemonster, dat meestal wordt afgebeeld als walvis, krokodil of slang. Behemoth verslaat zijn vijanden met zijn horens en klauwen, Leviathan smoort ze door ze de lucht om te ademen te ontnemen. Behemoth staat voor de krijgersklasse en hun kracht, Leviathans aanpak duidt op het afsluiten van de handel door blokkades, waardoor mensen verhongeren – de typische strategie van een zeemacht.

Deze historische polariteit tussen land en zee herkennen we overal ter wereld ook in het onderscheid tussen twee typen steden. In veel gebieden kunnen we een in het binnenland gelegen hoofdstad onderscheiden van een aan zee gelegen handelsstad. De hoofdstad beschouwt zichzelf als nobel, politiek, gedisciplineerd, moreel en dapper. Ze kijkt neer op de kuststad, die commercieel, nep en bedrieglijk is en er al te losse zeden op na houdt.

Omgekeerd roemt de havenstad haar ondernemerschap, innovatie, openheid en financiële macht. Ze kijkt naar de hoofdstad en ziet bureaucraten en pompeuze en zelfvoldane carrièrepolitici. Dergelijke vooroordelen over een weer bestaan tussen Madrid en Barcelona, Washington en New York, Caïro en Alexandrië, Ankara en Istanboel, Delhi en Mumbai, Beijing en Shanghai, en Moskou en Sint-Petersburg. Achtergrond van deze rivaliteit tussen de twee typen steden is het archetypische onderscheid tussen land en zee. 

In de oude geschiedenis speelde de maritieme oriëntatie een belangrijke rol. Historici laten ook steeds meer zien dat overzeese handel, zelfs globalisering, veel ouder is dan wij denken. Tegelijkertijd gold in de premoderne tijd dat de maritieme wereld aan de periferie lag. Macht en invloed lagen veel meer bij de grote landmachten. 

Maritieme steden konden vaak ontstaan aan de randen van grote rijken. Handelsenclaves ontstonden in de Arabische wereld in Libanon en de Perzische Golf, ver weg van de hoofdsteden van de grote rijken, zoals Damascus en Bagdad. Zuid-Chinese handelssteden floreerden ver weg van de hoofdstad in het noorden. De geopolitiek domineerde de hydropolitiek. Dat veranderde echter in de moderniteit.

De moderniteit als migratie van land naar zee

De opkomst van perifere kleine samenlevingen zoals de Italiaanse stadstaten, Portugal, Spanje en de Nederlanden luidde de moderniteit in. De laatste paar eeuwen wordt die geleid door de zeemachten Engeland en Amerika. 

Hoe staat het, naast de machtsdynamiek van de moderniteit, met de culturele dimensie van de moderniteit? Wat heeft de leefwereld van de moderniteit met het water te maken? In eerste instantie lijkt dat een vreemde vraag. We associëren de moderniteit met wetenschappelijke en technische doorbraken en een nieuw wereldbeeld. 

Natuurwetenschappers als Galilei, Copernicus en Newton, en filosofen als Descartes, Locke en Kant, ontwikkelden een nieuw begrip van de wereld. De mens bevrijdde zich van de beperkingen van zijn natuurlijke omgeving en kon de wereld met moderne techniek naar zijn eigen verlangens inrichten.

De moderniteit wordt daarnaast ook vaak begrepen in termen van de opkomst van het kapitalisme. Dat is een verhaal van nieuwe financiële instrumenten, eigendomsrechten, patenten en internationale banken. Ook dat lijkt op het eerste gezicht weinig met de maritieme wereld te maken te hebben.

Toch kunnen we het leven in de moderniteit, en ook de twee zojuist benoemde typeringen daarvan, inzichtelijk maken door verwijzing naar de dimensie van het water. Om te beginnen kunnen we de moderniteit begrijpen als de vervloeiing van onze leefwereld. In de premoderne tijd had de wereld een relatief stabiel karakter. De moderne tijd wordt echter gekenmerkt door continue verandering.

In Het communistisch manifest schreef Karl Marx dan ook: “alles wat vast is, smelt in de lucht”. Het smelten verwijst naar het water, alhoewel hij tegelijkertijd verwijst naar het element van lucht. Beide zijn in elk geval gericht tegen de vastigheid van de aarde zoals die daarvoor bestond. Dit motto van Marx is de titel van een boek van Marshall Berman, waarin hij de moderniteit in termen van continue vervloeiing begrijpt. Meer recentelijk sprak de Duitse socioloog Zygmunt Bauman van liquid modernity om hetzelfde idee uit te drukken. Vastigheid verdwijnt in de vloeibare wereld van de moderniteit, die continu in beweging is. 

In mijn boek Embedding Technopolis heb ik de moderniteit geanalyseerd als een transformatie van onze verhouding tot de wereld. In de moderniteit worden ruimte en tijd leeggemaakt en de objecten in de wereld geneutraliseerd. Denk aan het verschil tussen een traditionele en een moderne landkaart. Oude kaarten markeren bijzondere plekken, zoals heilige bergen en goddelijke woonplaatsen. Afstanden worden er uitgedrukt in reistijd en zijn niet precies weergegeven. Specifieke plekken zijn op die kaarten betekenisvol, zoals heilige bergen of tempels, en de menselijke relatie tot de ruimte staat centraal. 

De moderne landkaart is anders. Geen enkele plek is inherent anders dan andere plekken. Een plek is slechts een punt op een coördinatenstelsel. De ruimte wordt op die manier leeggemaakt. Inherent betekenisvolle plekken verdwijnen van de kaart. Geen plek verschilt kwalitatief van andere plekken. Afstanden worden uitgedrukt in objectieve eenheden, waardoor een neutrale positie wordt ingenomen ten opzichte van de wereld.

Hetzelfde gebeurt met objecten om ons heen. In traditionele samenlevingen kennen veel objecten specifieke gebruiken. Sommige mogen alleen gebruikt worden door hogere klassen (zoals zwaarden of rituele kommen). Andere mogen alleen op bepaalde momenten gebruikt worden (zoals op bijzondere dagen of bij speciale gelegenheden, zoals huwelijken of inwijdingen). 

In onze moderne wereld zijn objecten neutraal gemaakt. Ze hebben geen inherente plaats of tijd meer. Bezitters van objecten, consumenten, kunnen ze naar eigen believen gebruiken. Het enige wat objecten van elkaar onderscheidt, is de prijs. Sommige dingen zijn voor bepaalde mensen te duur, maar dat is een neutrale, objectieve maatstaf die niets zegt over de specifieke relatie van mensen tot objecten.

De wereld wordt kwantitatief. De mens staat tegenover die kwantitatieve wereld en is vrij om erover te beschikken. Het menselijk subject projecteert de eigen verlangens en ambities op de wereld en kan die vervolgens doelmatig manipuleren.

Wat heeft dit nu met water te maken? We kunnen deze neutralisering van de wereld interpreteren als een maritieme blik op de wereld. We zagen hierboven al dat het water geen onderscheiden kent. De blik op het water is bovendien een wiskundige blik, die rekent met abstracte grootheden. Hiermee zien we een verband tussen het moderne wetenschappelijke wereldbeeld en de ontdekkingsreizen. 

Het zuivere coördinatenstelsel dat Descartes postuleert en de wiskundige ruimte waarmee Newton rekent, is ook de zuivere ruimte van de cartografen die de wereldzeeën in kaart brengen. De neutrale positie van waaruit de moderne mens naar de wereld kijkt, is te vergelijken met een positie op het eindeloze wateroppervlak.

Dit is een licht bewerkt fragment uit Hydropolitiek, van Haroon Sheikh. Het boek staat op de shortlist voor de Socratesbeker, de prijs voor het beste filosofieboek van het afgelopen jaar. De winnaar wordt 21 juni bekendgemaakt. Ronald Tinnevelt schreef voor het Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte en Bij Nader Inzien een recensie van het boek. 


Meer:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *